Zondag 20 oktober – Heidelbergse Catechismus - Zondag 10 - 2

Vraag 27 - Wat verstaat u door de voorzienigheid Gods?

De almachtige en alom tegenwoordige kracht van God, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen.

Vraag 28 - Waartoe dient ons dat wij weten, dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid onderhoudt?
Dat wij in alle tegenspoed geduldig , in voorspoed dankbaar zijn mogen, en in alles, dat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht, vertrouwen hebben op onze getrouwe God en Vader, dat ons geen schepsel van zijn liefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzo in zijn hand zijn, dat zij tegen zijn wil zich noch roeren, noch bewegen kunnen.

'... God zet Zijn werk voort vanaf het paradijs via de zondeval naar Abraham, Mozes, Christus, de Hemelvaart en de uitstorting van de Geest tot op deze dag. Hij grijpt telkens in. Het kan soms schijnen dat God traag is. Dat is God ook. Hij is traag in Zijn toorn. Het kan soms schijnen dat God de dictatoren en alle woestelingen de ruimte geeft. Dat doet Hij ook. Maar als God overeind komt, dan zingt heel het Oude Testament: 'De Heere regeert.'
Dat betekent: Hij is weer Koning geworden. Hij was het al, maar heeft het opnieuw laten blijken. Hebt u die momenten ook gehad, dat u zei: Kijk, dat is Gods vinger?
De Heere regeert. Gods molens malen langzaam, maar zeker. Zie, zo gaat het naar het doel. En nu somt de catechismus alle dingen op: 'loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren'. Dat noemen wij de natuur.
In het Nederlands hebben we dat onpersoonlijke 'het': het regent, het sneeuwt, het waait. Maar in de Bijbel staat altijd: Hij zendt de regen, Hij werpt Zijn ijs als stukken weg, Hij brengt de wind uit Zijn schatkamers voort.
Wat is God groot, dat Hij Zich bemoeien wil met koningen en vorsten met al die sterrenbeelden en met een musje op het dak; ook met de haren op uw hoofd. Wat is God groot, dat Hij in de dierenwereld ingrijpt en een vis beschikt voor Jona, de raven zendt naar Elia, een leeuw op Davids pad brengt en Daniël in de leeuwenkuil niet laat omkomen. Dat Hij een beer zendt om de kinderen van Bethel die Eliza bespotten te verscheuren, en dat Zijn regering zich uitstrekt in die wondere wereld van de insecten en de bacteriën en de microben, die wij nauwelijks kunnen zien met de microscoop.
Al wat leeft, bestaat in Zijn hand. De plantenwereld, de dierenwereld. Dat geldt zeker ook van alle mensen, want God heeft ook de harten van Zijn vijanden in Zijn hand. Hij heeft het hart van de koningen in Zijn hand, zegt de Schrift, en Hij neigt het tot alles waartoe Hij wil [Spreuken 21: 1].
Hij bepaalt het uur van onze geboorte en het uur van onze dood. Wat mensen ten kwade kunnen denken, dat leidt God ten goede. Alles staat onder de voorzienigheid en de leiding van God.'

Ds. G. Boer [1913-1973] in 'Gegronde Troost', Uitleg van de Heidelbergse Catechismus, pagina 152, 153.

Ds. Boer was een markant hervormd-gereformeerd predikant die brede bekendheid kreeg tijdens zijn lidmaatschap van het bestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk [1951-1969].

Levensweg

Alles in ons leven staat onder Gods voorzienigheid.
Hoe de weg ook wordt geleid en waar deze ook henen gaat,
Het ligt besloten in Gods raad.

Wat Hij over ons beslist, dat zal enkel wijsheid zijn.
God is groot en wij zo klein.
Nimmer heeft Hij zich vergist, niets gebeurd wat Hij niet wist.

Heere, wat ons wedervaart, leer ons 't geven in Uw hand.
Dat wij ons getroost en stil, overgeven aan Uw wil.